Skip to main content

Info voor nieuwe/aspirantleden

1
Leren fietsen in een groep.
Fijn dat je interesse toont in TWC-Stramproy.
Het fietsen in een vereniging/groep kan een geweldige manier zijn om je liefde voor fietsen te delen,
nieuwe mensen te ontmoeten en samen mooie ritten te maken.
Binnen TWC zijn er veel mogelijkheden om op je eigen (ambitie)-nivo te fietsen:
Om dit een beetje soepel te laten verlopen krijg je als je lid wordt een “Buddy” toegewezen.
Zij/hij zal je proberen zo goed mogelijk wegwijs te maken binnen de club en groep en je bij de eerste
ritten naar behoefte een beetje coachen. Dit kan ook door iemand binnen de groep gebeuren.
In dit document is wat informatie over het fietsen in groepsverband gebundeld.
Neem het eens door en bespreek eventuele vragen met je buddy. Ook tijdens de eerste tochten zal
e.e.a. voldoende duidelijker worden. in de download staan enkele afbeeldingen die e.e.a. verduidelijken.
Je kunt het betreffen document HIER dowloaden

Veiligheid
Als je gaat fietsen in een groep, betekent dit enerzijds gezelligheid en de mogelijkheid om gebruik te
maken van elkaars krachten.
Anderzijds ben je dan niet meer alleen verantwoordelijk voor je eigen veiligheid maar ook die van
anderen.
Blijf ten alle tijden beschaafd t.o.v. elkaar maar ook ten opzichten van medeweggebruikers.
Een “dankjewel” of “goedemorgen” of een hand opsteken doet vaak wonderen.
Houd je altijd aan de verkeersregels, deze gelden ook nog steeds als je op een renfiets in een groep
rijdt. De verkeersregels zijn soms per land anders. De verschillen voor Nederland, Duitsland en België
zijn als bijlage toegevoegd.
Let op verkeersborden, stoplichten en andere weggebruikers. Houd je aan de verkeersregels en volg
de aanwijzingen van de wegkapitein of groepsleider op.
Respecteer ook de natuur en andere weggebruikers. Door bewust te zijn van je omgeving en je aan
de regels te houden, draag je bij aan een veilige en positieve fietservaring voor iedereen.
Pas je snelheid aan naar de omstandigheden. In de bebouwde kom heb je veel kans op verkeer uit
andere straten dus snelheid minderen.
Richtlijnen bij het fietsen in een groep.
1. Houd je lijn
Een groep kan nogal wat rare bewegingen maken doordat iemand zijn stuur niet recht kan houden.
Probeer dus zo veel mogelijk je lijn te houden, dit betekent dus ook dat het soms beter is om vol over
die put te gaan in plaats van er op het allerlaatste moment voor uit te wijken.
2
2. Kijk voor je
Soms kun je zo druk in gesprek zijn of naar beneden kijken om je bidon te pakken. Kijk echter altijd
voor je.
Je hebt dan beter in de gaten wat je medefietsers doen en of er obstakels of andere weggebruikers
zijn.
3. Handen aan de remmen
In een groep moet je op alles voorbereid zijn.
Houd je handen dan ook niet losjes aan of op het stuur, maar op de remgrepen of in de beugels.
In die houding kun je het snelste bij je remmen en reageren op de situaties die gaan komen.
In een groep val je bijna nooit alleen.
4. Wees alert op het harmonica-effect
In een groep kan het nogal eens voorkomen dat er na een bocht een gaatje ontstaat en er een
accordeoneffect begint.
Dit betekent dat iedereen gaat sprinten om weer bij te geraken, zodra het laatste wiel is bereikt
moet er hard geremd worden, waarbij de kans op valpartijen groot is.
Bij elke bocht volgende bocht begint het weer van vooraf aan. Wees hier alert op en probeer zo veel
mogelijk het wiel van je voorganger en snelheid te houden tijdens een bocht.
Als je vooraan rijdt: trek zo rustig mogelijk op na een bocht of kruising om dit harmonica-effect zo
klein mogelijk te houden.
5. Gaten dicht rijden
Zoals gezegd is het belangrijk om zo mijn mogelijk gaten te laten vallen, mocht dat toch gebeuren
dan is het wel zo netjes om zelf de inspanning door de wind maakt
om het dicht te rijden en niet om je heen te kijken wie dat klusje voor je kan klaren. Het is beter om
het gat geleidelijk dicht te rijden, naar het laatste wiel toe sprinten zal alleen maar zorgen voor het
accordeondefect.
Als er een zwakkere renner is die het niet voor elkaar krijgt om het gat dicht te rijden dat hij heeft
laten vallen, spring dan zo snel mogelijk bij.
Rijd het gat geleidelijk dicht, niet in één ruk, zodat de fietser die het gat niet dicht kreeg zich lullig
voelt, zoals gezegd doet iedereen zijn best en heeft iedereen zijn eigen niveau.
6. Geef gevaren of informatie door
We gebruiken handgebaren en uitdrukkingen om gevaren aan te duiden, zoals een slecht wegdek of
een tegemoetkomende fietser.
Zorg dat je deze kent en gebruik ze zelf ook. Hieronder staan de negen meest gebruikte signalen
uitgebeeld.
Hieronder een lijstje van de meest gebruikte:
“Tegen”: tegenligger [hand aan zijkant]
“Auto-veur”: tegemoetkomende auto
“Auto-achter”: auto die van achteren wil passeren [ritsen]
“Peulke”: paaltje in het fietspad [hand aan zijkant]
“Gaat”: gat in het wegdek [met hand wijzen naar gat]
“Tak”: idem
“Lauper”: wandelaar of trimmer aan de zijkant van de weg/fietspad
“Pas op”: we naderen een gevaarlijke kruising [hand opsteken]
“Links” en “Rechts”: aangeven welke kant we op moeten [hand uitsteken]
“Achter-ein”: ritsen. Achter elkaar in plaats van naast elkaar gaan fietsen.
3
7. Ritsen(“achter-ein”)
Er zijn situaties waarin het noodzakelijk is om achter elkaar te rijden, zoals bij wegversmallingen,
smalle paden, auto die in wil halen of druk verkeer.
In zulke gevallen moeten de fietsers ‘ritsen’ of achter elkaar in plaats van met 2-en rijden.
De fietser aan de rechterkant versnelt een beetje waardoor de fietser naast hem zonder plotseling
snelheid te verminderen of hard te remmen achter hem aan kan sluiten.
Als dit vlot en soepel gebeurt, zal de hele groep zich in korte tijd in een rechte lijn achter elkaar
bevinden.
8. Route en wegwijzer
Iedere rit is er iemand aangewezen die de route weet en er voor zorgt dat deze met de groep
gereden wordt.
Deze wegwijzer fiets normaal gesproken op de 2e plaats rechts en wisselt niet mee door.
Volg altijd de aanwijzingen van deze “wegwijzer” ook al zegt je eigen navigatie iets anders.
9. Wegkaptein
Naast de wegwijzer heeft iedere groep een of meerdere wegkapteins.
Zij zorgen voor het bewaken en bevorderen van onze clubcultuur in de verschillende groepen:
• Organisatie rittenschema → beschikbaar via app.
• Jaarlijks overleg met groep
• Bewaken uitgangspunten van de club maar zijn geen politie-agent
• Aanspreken/opschakelen als die in het gedrang komen
10. Op kop rijden
De verschillende groepen hebben ieder hun eigen methode waarop ze regelen dat er om beurten
kopwerk wordt gedaan.
Bedenk daarbij dat vooraan rijden vaak gemakkelijker is dan achteraan o.a. vanwege het harmonica-
effect.
Door het regelmatig(2-3 km) door te wisselen kan iedereen aan zijn trekken komen
Daarnaast heeft het doorschuiven ook een sociaal aspect omdat je dan steeds naast iemand anders
fietst.
11. Op kop rijden bij de C- en D-groep
In beginsel wordt er daar waar het kan met zijn 2-en naast elkaar gefietst.
Er is een linkerrij(die voorop rijdt is 1L) en een rechterrij(met 1R op kop).
Let op R2 is de wegwijzer die niet meedraait.
Het doordraaien geschiedt als volgt.
1L gaat voor 1R fietsen.
2L gaat naar 1L
2R gaat beetje naar links en maakt plaats aan
rechterzijde zodat 1R af kan zakken.
1R zakt naar 3R. 3R wordt 4R etc.
2R gaat weer terug naar rechts.
3L naar 2L, 4L naar 3L etc.
Achteraan schuift de achterste fietser van de rechter naar de linkerrij.
Zorg dat je nooit met zijn 3-en naast elkaar fietst.
Als je niet op kop wilt rijden is het het handigste dat als je op 3L zit je aanschuift achter 2R.
Je kunt dit aangeven door dit te zeggen en met een handgebaar aan te geven.
Probeer bij en na het wisselen van kop gewoon dezelfde snelheid aan te houden.
Het continue opdrijven en af laten zakken van de snelheid is alleen maar vervelend
4
12. Samen uit, samen thuis
Iedere groep heeft zijn zwakke en sterke schakels.
Iedereen heeft wel eens een super of een slechte dag
Als je mee-rijdt in een groep betekent dit aanpassen.
Niets om je voor te schamen, iedereen fietst op zijn eigen niveau.
Geef tijdig aan als het te hard gaat, of als je bij wind aan de gunstige kant wilt zitten.
Als het moeizaam gaat ga dan meer voorin zitten, bijvoorbeeld op de plek op achter de wegwijzer.
Verdeel je krachten: het heeft geen zijn om een enorm sterke beurt op kop door te trekken om
vervolgens 5 kilometer verderop door je krachten heen te zijn waardoor je moet lossen.
13. Opletten waar je fluim terecht komt
Op de één of andere manier moet dat snot weg uit de luchtwegen.
Als je zo nodig je neus of keel wilt legen zak dan even af naar achteren en of fiets aan de zijkant van
de groep om dit te doen.
14. Fiets en uitrusting
Draag altijd een goed passende helm en je club-tenue.
Handschoentjes zijn voor de veiligheid(bescherming van je hand als je valt) ook aan te bevelen.
Als je nog nooit met “klik”-pedalen hebt gefietst oefen dan hier zoveel mogelijk mee op eigen
gelegenheid.
Zorg ervoor dat je fiets en alle uitrusting in goede staat verkeren. Controleer regelmatig je
bandenspanning, remmen en versnellingen.
Een goed onderhouden fiets vermindert het risico op technische problemen tijdens de rit.
Zorg voor goede buitenbanden en een pompje.
Korte of lange broek: een ongeschreven wet zegt dat de grens op ca. 15°C ligt.
Als het erg koud is kan een windstopper(of krant) helpen.
Reserve:
Binnenbandje(s) en eventueel een pomp
Band-afnemers
Kopie van je paspoort
Telefoonnummer dat we in geval van nood kunnen bellen
15. Eten en drinken
Zeker bij de langer ritten is het belangrijk om vanaf het begin goed te eten en drinken.
Er zijn veel commerciële producten in de handel met allemaal goed bedoelde geweldige werking.
De ervaring leert dat je ook met huis-tuin en keuken producten een heel eind komt:
Eten:
Onderstaande voorbeelden bevatten weinig vezels, weinig vet, weinig eiwit, veel suiker en hebben in
de koolhydraten een mooie mix van glucose en fructose.
Bananen
Ontbijtkoek
Mueslirepen
Krentenbollen
Sportrepen
Energie-repen
Gelletjes
Tip 1: als je repen of koekjes wilt eten, kun je deze thuis al openknippen, zodat ze gemakkelijker
opengaan als je er aan wilt beginnen. Ook een banaan kun je al een kleine insnede geven zodat hij
beter te schillen is.
5
Tip 2: kies je moment van eten en drinken zo veilig mogelijk. Liefst op een rechte niet hobbelige weg
met overzicht, zodat je een hand los kunt laten van het stuur. Kijk niet naar je bidon, maar gewoon
naar voren.
Drinken:
Voor in je bidon wordt meestal water of isotone(Isostar) dorstlesser gebruikt.
Zorg voor de langere ritten dat je 2 bidons meeneemt.
Papier en plastic van het eten nemen we netjes in de achterzak mee naar huis.
Vragen/onduidelijkheden: We helpen je hier graag verder mee, het liefst in de praktijk.
6
Bijlage Verkeersregels in verschillende landen.
1. Nederland
• Fietsers mogen met zijn tweeën naast elkaar fietsen.
• Fietsers gebruiken het verplichte fietspad.
• Fietsers gebruiken de rijbaan als er geen fietspad is.
• Bestuurders van fietsen met meer dan twee wielen, die breder zijn dan 0,75 meter, mogen
de rijbaan gebruiken. Ze mogen het onverplichte fietspad gebruiken.
• Fietsers dienen elkaar links in te halen; andere bestuurders mogen zij rechts inhalen.
• Fietsers moeten voordat zij afslaan een teken met hun arm geven.
• Fietsen moeten uitgerust zijn met minstens één helder klinkende bel.
• Fietsen en bromfietsen moeten worden neergezet op het trottoir, voetpad of in de berm.
Verder kunnen ze geplaatst worden op de daarvoor aangewezen plaatsen.
• Fietsers moeten ‘s nachts en wanneer bij daglicht het zicht ernstig wordt belemmerd het
voor- en achterlicht laten branden.
• Fietsers (alle weggebruikers) zijn verplicht de aanwijzingen op te volgen die mondeling of
door middel van gebaren worden gegeven door:
a. de daartoe bevoegde en als zodanig herkenbare ambtenaar
b. de militairen van de Koninklijke Marechaussee
c. de daartoe bevoegde en als zodanig herkenbare verkeersregelaars
• Aanwijzingen gaan boven verkeerstekens en verkeersregels.
2. België
• De meeste verkeersregels zijn hetzelfde als in Nederland. In België is er “De straatcode” die is
uitgebracht door het Belgisch instituut voor de Verkeersveiligheid. We geven een
samenvatting van verkeersregels die voor de fietser en voor een wielerverenigingen van
belang kunnen zijn.
• Fietser:
Net als elke andere bestuurder moet je dubbel voorzichtig zijn ten aanzien van kwetsbare
weggebruikers zoals voetgangers. Respecteer de rechten van de voetgangers op
oversteekplaatsen van voetgangers en telkens wanneer je met hen een gedeelte van de
openbare weg deelt. Op fietspaden mag je andere gebruikers van het fietspad niet hinderen
of in gevaar brengen en mag je evenmin een onvoorzichtige rijstijl aannemen ten aanzien van
de andere weggebruikers, de voetgangers in het bijzonder.
• Fietsen in groep
43-1: Dit artikel is slechts van toepassing op groepen van 15 tot 150 fietsers. De groepen van
meer dan 50 deelnemers moeten worden vergezeld door ten minste twee wegkapiteins. De
groepen van 15 tot 50 deelnemers mogen worden vergezeld door ten minste twee
wegkapiteins.
43-2.1: De fietsers die in een groep van ten minste 15 tot ten hoogste 50 deelnemers rijden,
zijn niet verplicht de fietspaden te volgen en zij mogen bestendig met twee naast elkaar op
de rijbaan rijden op voorwaarde dat zij gegroepeerd blijven.
43-2.2: Zij mogen voorafgegaan en gevolgd worden, op een afstand van ongeveer 30 meter,
door een begeleidende auto; indien er slechts één begeleidende auto is, moet deze de groep
volgen.
43-2.3: Indien deze groep vergezeld wordt door wegkapiteins, zijn de bepalingen van artikel
43-3.3.1° en 2° van toepassing.
Bij groepen tussen de 51 en 150 deelnemers:
43-3.1: De fietsers die in een groep van ten minste 51 tot ten hoogste 150 deelnemers rijden,
zijn niet verplicht de fietspaden te volgen en zij mogen bestendig met twee naast elkaar op
de rijbaan rijden op voorwaarde dat zij gegroepeerd blijven.
7
43-3.2: Zij moeten voorafgegaan en gevolgd worden, op een afstand van ongeveer 30 meter,
door een begeleidende auto.
43b-3.3.1°: De wegkapiteins waken over het goed verloop van de tocht. Deze wegkapiteins
moeten ten minste 21 jaar oud zijn en zij moeten om de linkerarm een band dragen met,
horizontaal, de nationale kleuren en, in zwarte letters op de gele strook, het woord
“wegkapitein”
43-3.3.2°: Op de kruispunten waar het verkeer niet geregeld wordt door verkeerslichten, mag
ten minste één van de wegkapiteins het verkeer in de dwarswegen stilleggen, terwijl de
groep met inbegrip van de twee begeleidende voertuigen oversteekt.
43-4: De wielertoeristen die met twee naast elkaar rijden mogen slechts van de rechter
rijstrook van de rijbaan gebruik maken; indien de rijbaan niet in rijstroken verdeeld is mogen
zij niet meer dan een breedte gelijk aan die van een rijstrook en in geen geval meer dan de
helft van de rijbaan in beslag nemen.
43-5: Op het dak van de begeleidende auto’s moet een blauw bord aangebracht zijn met de
afbeelding van het verkeersbord A51 en eronder het symbool in ‘t wit van een fiets. Dit bord
moet op een zodanige wijze aangebracht zijn op het voertuig dat de groep voorafgaat, dat
het voor de tegenliggers goed zichtbaar is en, op het achteropkomend voertuig, dat het goed
zichtbaar is voor het achteropkomend verkeer.
De Minister van Verkeerswezen bepaalt de minimum afmetingen van deze signalisatie.
3. Duitsland
Algemene verkeersregels van de wet op het wegverkeer (StVO; Straßenverkehrsordnung)
§ 1. Basisregels
• De deelname aan het wegverkeer vereist voortdurende voorzichtigheid en rekening houden
met elkaar.
• Elke verkeersdeelnemer moet zich zo gedragen, dat geen ander geschaad, in gevaar gebracht
of meer, dan in de omstandigheden onvermijdelijk, gehinderd of overlast aangedaan wordt.
§ 2. Weggebruik
• Fietsers moeten afzonderlijk achter elkaar fietsen; naast elkaar fietsen mag alleen als
daardoor het verkeer niet gehinderd wordt. Fietsers moeten fietspaden gebruiken, als de
rijrichting van dat moment met het teken gekenmerkt wordt. Zij mogen verder bermen en
vluchtstroken aan de rechterkant van de weg gebruiken als er geen fietspaden zijn en als
voetgangers niet gehinderd worden.
§ 27. Groepen
• Voor gesloten groepen gelden de voor het totale rijverkeer uniform bestaande
verkeersregels en bepalingen. Meer dan 15 fietsers mogen een groep (peloton) vormen.
Men mag dan met z’n tweeën naast elkaar op de rijbaan fietsen.
• Gesloten is een groep, wanneer deze voor andere weggebruikers als zodanig duidelijk
herkenbaar is.
• De leider van de groep moet ervoor zorgen, dat de voor gesloten groepen geldende
voorschiften opgevolgd worden.
§ 29. Overmatig gebruik van de weg
• Voor evenementen waarbij wegen meer dan in het verkeer gebruikelijk in beslag worden
genomen moet toestemming gegeven worden. Dat is het geval wanneer het gebruik van de
weg voor het verkeer beperkt wordt door het aantal of het (rij-)gedrag van de deelnemers.
De organisator moet ervoor zorgen, dat de verkeersvoorschriften evenals eventuele
bepalingen en verplichtingen opgevolgd worden.
Verdere regels uit §42 en 43 (voorschrift- en richtlijnen)
8
• Fietspaden
Vanaf 1 oktober 1998 mogen fietsers alleen nog fietspaden gebruiken die voorzien zijn van
verkeers- en/ of aanwijzingenborden. De “Straßenverkehrsbehörden” mogen alleen die
wegen bewegwijzeren, en daarmee het gebruik daarvan voorschrijven, die aan de volgende
criteria voldoen: minstens 1,50 meter breed / in goede toestand / met veilige kruisingen.
Daar hoort bij, dat het fietspad in het zichtveld van het gemotoriseerd verkeer moet liggen.
Fietsers mogen wegen die niet als fietspaden bewegwijzerd zijn gebruiken, ze moeten het
echter niet. Op zulke wegen hebben fietsers dezelfde rechten en plichten als tot nu toe. De
gemeenten blijven aan de verkeersveiligheid verplichting gebonden; dat betekent dat zij ook
daar het berijden zonder gevaar moeten waarborgen.
• Rijwielstroken, voor fietsers veilige weggedeelten en vluchtstroken
De verkeersautoriteiten kunnen op de rijbaan aparte wegen voor fietsers markeren.
Rijwielstroken (“fietspaden op de weg”) zijn voorzien van het blauwe fietspadverkeersbord
en verplicht te gebruiken. Voor fietsers veilige weggedeelten (“gemarkeerde ruimte voor
fietsers, maar geen fietspad”) en vluchtstroken (“parkeerstroken voor auto’s waarop fietsers
mogen rijden”) zijn dat niet. Auto’s mogen op voor fietsers veilige weggedeelten en
vluchtstroken rijden, op rijwielstroken echter niet.
§64a Inrichtingen voor geluidssignalen
• Fietsen moeten uitgerust zijn met minstens één helder klinkende bel. Andere inrichtingen
voor geluidssignalen mogen aan deze voertuigen niet aangebracht zijn.
§ 67 Lichttechnische inrichtingen aan fietsen
• Voor racefietsen, waarvan het gewicht niet meer dan 11 kilo bedraagt, geldt afwijkend het
volgende: voor de werking van koplampen en achterlicht hoeven i.p.v. de dynamo slechts
één of meerdere batterijen overeenkomstig alinea 1 en 2 meegevoerd te worden.
• De koplamp en het voorgeschreven achterlicht hoeven niet vast aan de fiets aangebracht te
zijn.
• Racefietsen zijn voor de duur van de deelname aan een evenement vrijgesteld van de
voorschriften van alinea 1 tot 11. Dit zijn voornamelijk de voorschriften over verlichting.
Wel betekent het voor elke deelnemer:
• bij een rood stoplicht moet gewacht worden,
• stopborden moeten in acht genomen worden,
• verplichte fietspaden moeten gebruikt worden,
• er moet rekening gehouden worden met andere verkeersdeelnemers,
• hinderen moet vermeden worden.